Noordelijk Scheepvaartmuseum

  • Slide 2
  • Damsterdiep
  • Slide 6
  • Erebus
  • Scheepswerf
  • Slide 1

Wat leuk dat je een spreekbeurt gaat geven over de geschiedenis van de stad Groningen. We hopen dat dit spreekbeurtpakket je op weg helpt met het maken van je spreekbeurt. Je hoeft natuurlijk niet alles te vertellen, je kunt ook in de klas de dingen vertellen die jij het meest leuk, verrassend of grappig vindt.

Tijd van jagers en boeren

Mensen liepen al lang geleden rond in het gebied dat nu Groningen heet. 14.000 jaar geleden was dit een bijna lege vlakte waar rendierjagers hun kudde achterna reisden. We vinden sporen van deze mensen terug in de vorm van vuurstenen werktuigen. Men woonde toen nog niet permanent op één plek. Daarom bezat men niet veel spullen, je moest alles van plek naar plek kunnen dragen. De eerste permanente bewoners legden akkers aan en bouwden hunebedden. De hunebedden zijn ongeveer 5000 jaar oud en in de provincie Groningen kun je er twee vinden, vlakbij Noordlaren en één bij Delfzijl. De laatste ligt niet meer op de originele plek maar is verplaatst. Via de website Hunebedden in Nederland kun je verschillende Drentse Hunebedden in 3D bekijken. In de periode hierna werd het gebied moeilijk bewoonbaar.

Tijd van monniken en ridders

Het zeewater steeg en er vormde zich veen wat zorgde voor een drassig en moeilijk begaanbaar landschap. Rond 600 voor Christus vestigden mensen zich op de hoogste plekken in het gebied. Dit waren boeren die leefden van akkerbouw en veeteelt. De huizen waren gebouwd van hout, stro en riet. Al snel (rond 500 voor Christus) begonnen de bewoners hun bewoningsplekken op te hogen. Hier werden zoden en klei voor gebruikt. Door de ophoging beschermden ze hun huis tegen overstromingen. Deze woonheuvels worden in Groningen wierden genoemd en in Friesland terpen. Op ten duur werden de wierden steeds groter en verder uitgebreid.

De stad Groningen lag niet op een wierde. De stad ligt namelijk op het einde van de Hondsrug. Dit is een soort lange zandheuvel dat dwars door Drenthe snijdt en eindigt in de binnenstad van Groningen. Er wordt aangenomen dat het gebied, wat nu de stad Groningen is, sinds de 3e eeuw voor Christus continu is bewoond. Pas vanaf de 7e eeuw kunnen we meer sporen terug vinden van de ontwikkeling van Groningen. Zo hebben we graven van bewoners uit deze periode gevonden op de plaats waar nu de Martinikerk staat. In de 9de eeuw hebben de belangrijkste wegen, die wij nu nog steeds gebruiken, hun definitieve plaats gekregen. Deze wegen zijn de Herestraat, Oude Boteringestraat, Oosterstraat en de route Vismarkt-Grote Markt-Poelestraat.

Tijd van steden en staten

Op 21 mei 1040 wordt de plaatsnaam Groningen voor het eerst genoemd in een tekst. In deze periode ontwikkelde Groningen zich van dorp tot stad. Groningen omringde zich met stadsmuren en grachten. Voordat de muren, wallen en grachten er waren, dienden kerken en stenen huizen als fort wanneer de stad werd aangevallen. De eerste kerken, zoals de voorganger van de Martinikerk, waren van hout en werden al eerder gebouwd, namelijk rond 800. Rond 1040 werd er begonnen aan de bouw van drie stenen kerken waaronder de Martinikerk (voorheen st.-Maartenskerk) en de St.-Walburgkerk. Net als de eerste kerken waren ook de huizen van hout. Door onderzoek weten we dat de noordzijde van de Grote Markt het oudste is en dat veel huizen in de 13e eeuw hier al van steen waren.

De Grote Markt was voor een lange tijd onbestraat, dus men liep op samengedrukte grond. Pas aan het begin van de 12e eeuw werd de Grote Markt bestraat. De bestrating is gevonden tijdens archeologisch onderzoek op twee meter diepte. Dat betekent dat het grondniveau, waar men toen op liep, twee meter lager is dan nu. In de eeuwen erna werd er veel gebouwd in Groningen en bleef de stad alleen maar groeien. In het Noordelijk Scheepvaartmuseum speelt een filmpje waarin je kunt zien hoe de stad er in 1470 uitzag. Voor deze film zijn 1100 panden digitaal gereconstrueerd. Je kunt deze helemaal bekijken in het museum, maar op Youtube kun je een stukje van Groningen in 1470 bekijken en meer te weten komen over Groningen in 1470.

Tijd van ontdekkers en hervormers

Van de 12e tot de 16e eeuw maakten onder andere Zutphen, Deventer, Groningen, Kampen en Zwolle deel uit van een voordelig stedenbond: de Hanze. Er waren wel meer dan 70 landen lid van dit verbond, veel steden uit het buitenland. Al deze steden werden Hanzesteden genoemd. Nederland zoals wij dat nu kennen was er nog niet, er was nog geen eenheid en het was elke stad voor zich. In deze periode nam de handel toe en ook de stedelijke productie. Met deze ontwikkeling steeg de kwetsbaarheid van de handelaren. Het risico om hun handelswaren kwijt te raken aan de zeeschuimers van de middeleeuwen, ook wel bekend als piraten, nam toe. De zogenaamde Likedeelers (spreek uit als Liekedeelers), die met hun kaapvaart de wateren onveilig maakten. Om samen sterk te staan en zich als groep te verdedigen maakten verschillende handelssteden onderling afspraken. Al deze afspraken werden ook wel het Hanzeverbond genoemd. Dankzij deze samenwerking konden handelaren geld besparen, op grotere schaal in- of verkopen en veiliger reizen. Wil je meer lezen over dit onderwerp, ga dan naar de volgende pagina's:
Historisch Nieuwsblad: De Hanze

En Toen Nu: De Hanze

Tijd van regenten en vorsten

Na de Reductie (hiermee wordt bedoeld dat de stad Groningen zich opnieuw aansloot bij de Nederlandse gewesten die in opstand waren gekomen tegen de Spaanse Koning Filips II) in 1594 profiteerden de stad Groningen en de Ommelanden volop van de handel met de Hollandse steden. In de Republiek der zeven verenigde Nederlanden was Groningen het centrum van het Noorden. De stad lag als een spin in het web van de noordelijke kuststrook. De landbouwproducten van de Ommelanden moesten verplicht naar de stad worden gebracht om daar verhandeld te worden. Deze verplichting voor de Ommelanden werd het stapelrecht genoemd. Dit was bedoeld om de positie van de stad Groningen als economisch centrum van het noordelijk kustgebied te verzekeren. Langs de A verrezen allerlei pakhuizen, bierbrouwerijen en andere panden die belangrijk zijn voor de handel.

Veel van haar rijkdom dankte de stad aan haar activiteiten in de Veenkoloniën. In Zuidoost-Groningen lag namelijk een uitgebreid veengebied dat geschikt was om afgegraven te worden. Het afgegraven veen werd vervolgens gedroogd. Dit gedroogde veen noemen wij turf en werd voornamelijk gebruikt als brandstof voor ovens en kachels, maar daarnaast ook als isolatie materiaal. In een van de huizen waar het Noordelijk Scheepvaartmuseum in is gevestigd hebben wij ook turf gevonden in de muren, dat diende als isolatie materiaal. Hout kan natuurlijk ook worden gebruikt als brandstof, maar toen werd het meeste hout gebruikt voor de bouw van schepen. Vooral in de Hollandse steden was de vraag naar turf groot, maar het werd ook geëxporteerd naar plaatsen als Hamburg en Bremen. De stad bouwde kanalen en sluizen, verhuurde stukken veen aan verveners en zorgden ervoor dat het turf via de stad werden verhandeld. Dat alles bracht in vier eeuwen tijd een enorme hoeveelheid geld in het laatje van de stad Groningen.

Je kunt meer lezen en afbeeldingen vinden via De verhalen van Groningen.

Rond 1600 groeide de stad uit haar jas, vandaar dat er opdracht werd gegeven om uitbreiding van de stad te ontwerpen. De oppervlakte van Groningen moest bijna verdubbelen, vooral aan de noord- en westzijde van de stad. Een jaar na de oprichting van de Groninger Universiteit werd dan ook begonnen aan de uitbreiding van de stad. Pas in de 19e eeuw is dit gebied, dat gebouwd werd in de 17e eeuw, bebouwd. Op de onderstaande kaart kun je de uitbreiding van de stad zien aan de noord- en westzijde. De stadsomwalling werd ook uitgebreid om dit gebied heen.

Leuk feitje: heb je ooit wel eens gekeken naar de vorm van het Noorderplantsoen? Het heeft zijn vorm te danken aan de voormalige vestigingswallen, die je kunt zien op de kaart van Groningen hierboven. Zie je de overeenkomst in vorm? De stad werd steeds voller. Na 1874 heeft de stad Groningen de stadswallen afgebroken. Er werden singels aangelegd en dus ook het Noorderplantsoen. De heuvels in het Noorderplantsoen zijn de resten van de oude bastions (dat zijn die uitstekende punten in de stadsmuur die je op de afbeelding van de kaart van Groningen kunt zien). De slingerende vijvers in het Noorderplantsoen zijn de resten van de vestigingsgracht.

 

Borgen

De rijkdom van de Gouden Eeuw is ook terug te vinden in de borgen buiten de stad Groningen. De oude middeleeuwse steenhuizen van de hoofdelingen (de titel hoofdeling was geen adellijke titel, maar gaf aan dat iemand een belangrijk persoon was) groeiden uit tot buitenplaatsen van de jonkers, de meest vooraanstaande onder de rijke boeren. De Freaylemaborg bijvoorbeeld, veranderde van een betrekkelijk simpele boerderij in een klein paleis. Chinees porselein, modieuze kasten en handgeschilderd behang verraden dat de welvaart niet aan de jonkers voorbij ging. Ook de borg Verhildersum is daarvan een mooi voorbeeld.

Wil je meer weten over de geschiedenis van de stad Groningen, de omgeving en vooral over de Freaylemaborg? Op Youtube staat een leuk filmpje: Tekenfilmpje Freaylemaborg

Op Borgen in Groningen kun je alle borgen vinden. Misschien staat of stond er wel één vlakbij jou in de buurt.

De Academia Groningana

De oprichting van de Groninger universiteit in 1614 vormt een mijlpaal in de culturele en wetenschappelijke ontwikkeling van de provincie Groningen. Het is opgericht omdat de Staten van Stad en Lande het noodzakelijk vonden om over goed opgeleide predikanten en bestuurders te beschikken. De eerste studenten konden een opleiding volgen in theologie, rechtswetenschap, medicijnen en een algemene vooropleiding in de letteren. De hoogleraren baseerden hun kennis voornamelijk op de bijbel en op de boeken van schrijvers uit de klassieke oudheid. De Academie heeft tot 1690 bestaan, daarna heeft het verschillende namen gehad en sinds 1876 heeft het de naam Rijksuniversiteit Groningen. De universiteit van Groningen is de op één na oudste universiteit van Nederlands die nog bestaat. In 1871 laat de universiteit, als eerste in Nederland, een vrouwelijke student toe; Aletta Jacobs. Rond 1690 werden er gemiddeld 70 studenten per jaar ingeschreven. De universiteit heeft nu jaarlijks zo´n 6000 nieuwe studenten.

Kaart van Haubois
Egbert Haubois was een Nederlandse kaartenmaker. Hij maakte in 1643 een van de eerste kaarten van de stad Groningen. Deze kaart was, tot er een nieuwe kaart in 1830 verscheen, de meeste betrouwbare kaart van de stad Groningen. Kort geleden is er van de kaart een 3D reconstructie gemaakt. In dit filmpje kun je door de stad uit 1643 heen ‘vliegen’.

In dit filmpje van RTV Noord over de kaart van Haubois kun je bekijken waarom de kaart in 3D is gemaakt en dat hierdoor zelfs nieuwe informatie is ontdekt.

Bommen Berend

Bommen Berend was de bijnaam van Bernard van Galen. Hij was sinds 1650 de bisschop van Münster. Hij wilde Nederland overnemen en begon met zijn plan bij de stad Groningen. De stad werd in 1672 ingesloten en aangevallen. Maar liefst vier weken werden er over en weer kanonnen afgevuurd. Niet alleen brandbommen maar ook ‘stinkpotten’, een soort bom dat een vieze geur verspreidde. Na die vier weken trok Bommen Berend zich terug, de stad was behouden en ontzet. Daarom vieren wij in Groningen jaarlijks het Groningens Ontzet op 28 augustus, dat herinnert aan het mislukte beleg van Groningen door Bommen Berend.

Lees meer over Bommen Berend op Grunn, RTV Noord en Levend Erfgoed Groningen.

Tijd van pruiken en revoluties

De kerstvloed

De Kerstvloed vond plaats in de nacht van 24 op 25 december in 1717. Na een dagenlange zuidwesterstorm draaide de wind in de kerstnacht naar het noordwesten. De dijken langs de kust werden voor een groot deel weggevaagd. Het gebied overstroomde en het water reikte helemaal tot aan de steden Groningen en Zwolle. In het hele gebied kwamen 14.000 mensen om.

Wil je meer lezen over de Kerstvloed? Er is een speciale website met verschillende verhalen over de Kerstvloed van 1717.

Tijd van wereldoorlogen

Voor en na de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog eindigde voor Groningen op 16 april 1945. De Canadezen slagen erin de Grote Markt, na fel verzet van de Duitsers, over te nemen. Tijdens deze gevechten werd de omliggende bebouwing grotendeels verwoest. Groningen is een van de zwaarst getroffen steden van Nederland. De gevolgen van de oorlog kun je nog steeds op bepaalde plekken in Groningen vinden. Aan de onderkant van de Martinitoren, aan de Grote Markt zijde, kun je bijvoorbeeld verschillende kogelgaten terugvinden.

Extra informatie

Via verschillende sites (hieronder te vinden), zoals beeldbank, Oud-Groningen en De Oude Doos, kun je beeldmateriaal vinden van het stadsgezicht voor de oorlog en erna. Vooral de Oostzijde van de Grote Markt is erg veranderd door de oorlog. Typ op beeldbank Groningen maar eens ‘Grote Markt Oostzijde’ in. Je kunt dit ook proberen voor je eigen straat. Ga zelf op onderzoek uit!

Oud- Groningen

Op Oud-Groningen kun je allemaal oude foto’s vinden van de stad Groningen.

De Oude doos

Op De Oude Doos kun je allemaal oude foto’s vinden van de stad Groningen.

Beeldbank Groningen

Op Beeldbank Groningen kun je allerlei oude foto’s vinden van de stad Groningen en omstreken. Zo kun je bijvoorbeeld zoeken op ‘Grote Markt’. Je vindt dan foto’s maar ook ansichtkaarten.

Animatie over Groningen

Wil je de geschiedenis van Groningen nog eens kort horen? In een kort animatie filmpje van De verhalen van Groningen kun je het opnieuw bekijken.

Het Verleden van Groningen

In acht filmpjes het Verleden van Groningen wordt de historie van de stad Groningen en de provincie verteld, vanaf het ontstaan tot het heden. Als je dit allemaal hebt gelezen zullen veel dingen je bekend voorkomen. Via de volgende link kun je de complete serie vinden.

Canon van Groningen

Via Canon van Groningen kun je leren over de geschiedenis en erfgoed in de provincie Groningen. Je vindt er de belangrijkste momenten, personen en plekken uit het verleden op een rijtje.

Wat leuk dat je een spreekbeurt gaat geven! Je kunt hier twee spreekbeurtpakketten vinden over de geschiedenis van de stad Groningen en scheepvaart. We hopen dat deze spreekbeurtpakketten je op weg helpen met het maken van je spreekbeurt. Je hoeft natuurlijk niet alles te vertellen, je kunt ook in de klas de dingen vertellen die jij het meest leuk, verrassend of grappig vindt.

Heel veel succes!

Wat leuk dat je een spreekbeurt gaat geven over scheepvaart! We hopen dat dit informatiepakket je op weg helpt met het maken van je spreekbeurt. In ons museum is vooral de geschiedenis van scheepvaart belangrijk, maar moderne scheepvaart komt ook aan bod. Er zijn heel veel verschillende onderwerpen binnen scheepvaart, we zullen in dit pakket een aantal van deze onderwerpen laten zien. Je hoeft natuurlijk niet alles te vertellen, je kunt ook in de klas de dingen vertellen die jij het meest leuk, verrassend of grappig vindt.

Spreekwoorden

Je weet wel wat een spreekwoord is toch? Zoals: Een kat uit de boom kijken, nu komt de aap uit de mouw of de benen nemen. Maar wist je dan ook dat er heel erg veel spreekwoorden zijn ontstaan in de scheepvaart? Deze spreekwoorden werden niet alleen door zeelieden gebruikt, ook door landrotten! Wil je wat voorbeelden weten? Misschien ken je ze wel: Aan de bak zijn, het over een andere boeg gooien, iets gaande houden, naar de haaien gaan, van de kaart zijn en ga zo maar door. Wil je meer van deze spreekwoorden lezen en ook hun betekenis bekijken? Ga dan naar deze site en vertel je klasgenootjes iets over taal en scheepvaart.

De Hanze steden

Van de twaalfde tot de zestiende eeuw maakten onder andere Zutphen, Deventer, Groningen, Kampen en Zwolle deel uit van een voordelig stedenbond: de Hanze. Nederland zoals wij dat nu kennen was er nog niet, er was nog geen eenheid en het was elke stad voor zich. In deze periode nam de handel toe en ook de stedelijke productie. Met deze ontwikkeling steeg de kwetsbaarheid van de handelaren. Het risico om hun handelswaren kwijt te raken aan de zeeschuimers van de middeleeuwen nam toe. De zogenaamde Likedeelers (Spreek uit als Liekedeelers), die met hun kaapvaart de wateren onveilig maakten. Om samen sterk te staan en zich als groep te verdedigen maakte verschillende handelssteden onderling afspraken. Al deze afspraken worden ook wel het Hanzeverbond genoemd. Dankzij deze samenwerking konden handelaren geld besparen, op grotere schaal in- of verkopen en veiliger reizen. Wil je meer lezen over dit onderwerp, lees dan dit artikel in Historisch Nieuwsblad.

Piraten, Likedeelers en Rock de Braziliaan

Als je het stukje over de Hanze steden hebt gelezen weet je al dat Likedeelers, piraten waren. Nu is er één piraat uit de stad Groningen die heel bekend is geweest. Rock de Braziliaan was één van de meeste beruchte piraten van het Caribisch gebied. Hij leefde tussen 1635 en 1671. We weten niet veel van het leven van Rock maar we weten wel dat hij is geboren als zoon van een koopman in Groningen. Als kind is hij met zijn ouders naar Brazilië verhuisd, wat in die tijd Nederlands gebied was. Dit heeft hem de bijnaam Braziliaan heeft opgeleverd. In Nederland is deze piraat niet meer zo bekend maar in Midden-Amerika wordt hij gezien als één van de ergste en wreedste piraten van zijn tijd. Bekijk het filmpje van RTV Noord voor meer informatie.

Kaarten en navigeren

Ondanks dat jij altijd via Google Maps kunt kijken op je telefoon waar je heen moet, betekent natuurlijk niet dat dit altijd zo was. Voor een veel langere tijd gebruikte men kaarten. Misschien ligt er nog wel ergens een verstopt bij je ouders in de auto, die zij gebruikten om op vakantie te gaan naar Frankrijk of Italië. Ook in de scheepvaart waren kaarten heel belangrijk. Veel van deze oude kaarten werden gemaakt op basis van verhalen van de reizen van andere mensen of op nog veel oudere kaarten. Soms gingen er geruchten dat een schip was gezonken door een zeemonster. In onbekende streken en aan de randen van kaarten werden dan vaak ook draken, reuzen en andere monsters getekend.

Dan had je zo’n mooie kaart, maar dan moest je nog wel bepalen waar je was op die kaart. Dat deed men toen al, door het bepalen van lengte en breedte graden. Een instrument waarmee je de breedtegraad (geeft aan hoever een plaats ten noorden of ten zuiden van de evenaar ligt) kunt bepalen is een Sextant of een Octant. We hebben er hier veel van in het museum, ze worden namelijk al gebruikt vanaf 1700, en nu nog steeds. Dat is dus meer dan 300 jaar lang. Maar dan ben je er nog niet als kapitein, want je hebt ook nog een lengtegraad (geeft aan hoever een plaats ten oosten of westen van een denkbeeldige lijn die door Londen loopt ligt) nodig. Voor honderden jaren was dit heel moeilijk om dit precies te doen. Je hebt namelijk de tijd hiervoor nodig. De klokken die ze toen hadden, bestonden uit slingeruurwerken, misschien heeft je oma of opa nog wel zo’n klok in de gang staan. Door alle golven beweegt een schip heel erg en dat kon een klok met een slingeruurwerk niet aan. De klok raakte hij in de war waardoor de tijd helemaal niet meer klopte. Het gebeurde dus ook best vaak dat schepen elkaar tegen kwamen op zee en even bij elkaar gingen controleren of ze op de zelfde locatie waren. In 1714 loofde Engeland 20.000 Britse ponden (nu ongeveer 2,5 miljoen euro) uit aan iemand die een klok kon maken die op schepen zou werken. Deze wedstrijd was eigenlijk bedoeld voor wetenschappers, maar uiteindelijk is hij gewonnen door een klokkenmaker. Hier vind je een verhaal over de ontwikkeling van deze klok.

Scheepsvoedsel

Nederland dreef in de 17e eeuw ontzettend veel handel met landen als India, Japan en Brazilië. Dat ging allemaal per schip en dat duurt dan dus ook maanden voor je op de bestemming aankomt. Er bestonden nog geen koelkasten of vriezers dus de mensen aan boord konden lang niet alles eten want vers voedsel of fruit, dat is niet zolang houdbaar. De meeste dingen die werden gegeten aan bood waren roggebrood, scheepsbeschuit, erwten, bonen, kaas en stokvis. Vis is normaal vers maar om dit lang te bewaren droogde men de vis aan een stok, vandaar stokvis. Hier vind je meer over  voedsel aan boord van schepen rond de 17e eeuw.

 

Monsterrollen
In een monsterrol werd door de zegelaar vastgelegd wie de bemanningsleden waren (naam, rang, woonplaats en leeftijd) en hun afspraken met de schipper over loon, rantsoen en verplichtingen. Hieruit is dus op te maken hoeveel mensen meevoeren op het schip, en onder welke condities. Een monsterrol werd opgemaakt voor één reis. In Delfzijl werden tussen 1803 en 1810 de monsterrollen in een apart boek opgetekend. De gegevens uit alle bewaard gebleven Groninger monsterrollen zijn samengevoegd in een database die is te raadplegen via de website van het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Op deze pagina van onze site kun je kijken of er mensen op schepen hebben gewerkt met jouw achternaam, in welk jaar ze hebben gewerkt, wat voor rang ze hadden en waar ze vandaan kwamen.

Kinderen aan boord van schepen

We hebben geschreven verhalen van kinderen die woonden op een schip. Sommige kinderen vonden dit leven heel erg leuk en anderen iets minder. Het was vroeger normaal dat je al op jonge leeftijd, vaak al vanaf hun 10de of 11de jaar, meehielp. Hier is een stukje wat geschreven is door een schippersdochter. Het geeft een beeld hoe het werken op een schip vroeger was voor sommige kinderen.

“Omstreeks mijn twaalfde jaar ging onze schippersknecht weg en ik moest zijn werk overnemen. Ik vond dit werk helemaal niet leuk en het was erg zwaar. Zelfs midden in de zomer was er nog werk te doen. Dan moest het schip op worden opgeknapt. Het hele schip schuren, dan in de grondverf en dan in de kleur. De hele onderkant moest in de teer. Het zware werk kwam nu op mij neer. Mijn moeder maakte warm eten en hield de roef schoon. Iets anders deed ze niet. Ik moest ook de was doen als we aan de wal lagen. Met mijn kleine handen was het haast onmogelijk om de zware baaien hemden te wassen en uit te wringen. Tijdens het varen moest bij iedere brug zeil fok en mast naar beneden en weer omhoog. Het hijsen van de zeilen was zwaar maar niet het ergste. Als het tuig naar beneden moest striemden de touwen in je handen. Op het laatst lagen mij handen helemaal open. Insmeren met groene zeep zei vader, daar worden ze hard van. Maar het bleef een heel probleem vooral als het touwwerk ook nog bevroren was. Ook heb ik veel in het trekzeel gelopen. Soms twee dagen achtereen trekken, dagen van veertien uur. Meestal aten Vader en ik om en om, want de vaart mocht niet uit het schip”

Douwe Boersma was ook een kind aan boord van een schip, hij ging namelijk als 15-jarige jongen al naar zee. Groninger jongens die niet heel gemakkelijk waren thuis of op school gingen wel de kustvaart in. Zo ook Douwe Boersma. School was niets voor hem. Hij wilde varen. In een filmpje vertelt Douwe Boersma hoe hij als 15-jarige jongen naar zee ging en wat hij daarnaast nog meemaakte.

Hoe komt het dat een schip eigenlijk drijft?

De wet van Archimedes leert ons dat een vloeistof zoals water een opwaartse kracht uitoefent op een voorwerp dat zich geheel of gedeeltelijk in die vloeistof bevindt. Deze opwaartse kracht is gelijk aan het gewicht van de vloeistof die zich bij afwezigheid van dat voorwerp op de plaats van het voorwerp zou bevinden. 

Een boot of schip drijft, omdat de opwaartse kracht van het water even groot is als het gewicht van het schip. Het volume van het schip dat zich onder water bevindt, is in dat geval dus - volgens de wet van Archimedes - van die omvang dat een even groot volume water evenveel weegt als het volledige schip.

Niet de massa van het schip, maar wel de dichtheid van het schip is hier bijgevolg van belang. Doordat een scheepsromp hol is, is de dichtheid van het schip lager dan de dichtheid van water. Daardoor kan het volume water, dat door de ondergedompelde holle scheepsromp ingenomen wordt, toch evenveel wegen als het schip zelf en kan het schip drijven. Een massieve blok staal met hetzelfde gewicht als het schip kan niet drijven, omdat de dichtheid van staal groter is dan de dichtheid van water.

Er zijn echter nog vele andere redenen waarom een schip niet zinkt. Een schip moet uiteraard kunnen drijven, maar mag ook niet omkantelen. De vorm van de romp, de ligging van het zwaartepunt van het schip en de aanwezigheid van een kiel dragen bijvoorbeeld bij tot de stabiliteit van een schip. Willem Wever heeft leuke filmpjes over waarom schepen blijven drijven en waarom grote cruiseschepen niet zinken.

Leuke weetjes over scheepvaart

  • Men geloofde dat vrouwen aan boord van een schip ongeluk brachten. Veel schippers maakten rechtsomkeert als er een vrouw aan boord was.
  • Je gebruikt vast het ’T KOFSCHIP bij het vervoegen van werkwoorden in de verleden tijd en bij voltooide deelwoorden. Wist je dat het kofschip ook echt bestaat? Een kof of kofschip is een Groninger één- of tweemast schip. Op het plaatje zie je hoe hij eruit ziet.
  • In 1898 werd bepaald dat ieder kind tussen de 6 en 13 jaar verplicht naar school moest, behalve kinderen zonder vast woon- of verblijfsplaats. Dus schipperskinderen hoefden eerst niet verplicht naar school. In 1966 (dus meer dan 50 jaar later) werd het pas voor schipperskinderen verplicht om naar school te gaan.
  • Groningen kende tot de 20e eeuw veel scheepvaart en scheepsbouw. De kans is daarom groot dat je in een Groningse familiestamboom een of meerdere schippers zult aantreffen.
  • De Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman ontdekte Nieuw-Zeeland in 1642. En vernoemde dit land naar zijn eigen achternaam. Hij noemde het Tasmanië.

 

Docukit

Op de website van docukit kun je veel informatie vinden over allerlei onderwerpen, waaronder scheepvaart. Vroeger voer men in boomstammen, toen ontstonden er schepen die voeren op wind, daarna op stoom en tot slot komen we uit bij moderne schepen. Hier kun je meer vinden over de ontwikkeling van schepen.

Schooltv

Schooltv heeft ook heel veel filmpjes in hun database die jij kunt bekijken. Een aantal gaan over scheepvaart of onderwerpen die te maken hebben met scheepvaart zoals: navigatie, kanalen en sluizen, scheepsbouw, stoomschepen en containerschepen.
http://www.schooltv.nl/

Ik heb een vraag

Ikhebeenvraag.be is een online vraagbaak waarop je terecht kan met wetenschappelijke vragen over allerlei onderwerpen: biologie, fysica, taal, geschiedenis en nog veel meer. Het team achter deze site zorgt er dan voor dat je rechtstreeks een antwoord krijgt van een wetenschapper met kennis terzake. Dus ook over scheepvaart! Ik heb een vraag.

Beeldbank Groningen

Op de Beeldbank Groningen kun je allerlei foto’s vinden zoals schepen, schilderijen van schepen, oude foto’s van de Groninger scheepvaart.

Groninger Scheepsarchief

Het Groninger scheepsarchief heeft verschillende (oude) filmpjes op YouTube geplaatst van de Groninger Scheepvaart in het verleden. Misschien kun je het een en ander aan informatie uit deze filmpjes halen, of misschien is het leuk om stukjes beeldmateriaal te laten zien in de klas. Een filmpje met beelden van de Groninger Scheepvaart tussen 1916 en 1923, een documentaire over de Groninger scheepvaart en werven en de laatste zeilende turfschipper.

Tijdvakkenspel

Het tijdvakkenspel maakt leerlingen bekend met de tien tijdvakken door ze te koppelen aan onze collectie. Door dit speciale programma ervaren de leerlingen dat geschiedenis niet alleen iets is van het tekstboek en verre plaatsen, maar dat geschiedenis zich in hun eigen nabije omgeving bevindt.

Het tijdvakkenspel is geschikt voor de eerste twee klassen van HAVO en VWO. Het project duurt een uur.

Inhoud:

De leerlingen worden met een spel bekend gemaakt met de verschillende tijdvakken. Door variërende opdrachten zoals het raden uit welk tijdvak museale objecten komen, het vergelijken van museumstukken en het maken van allerlei leuke opdrachten zijn de leerlingen actief bezig met de geschiedenisstof. De leerlingen krijgen verschillende rollen toebedeeld en werken in groepjes. Extra informatie kan ‘ingekocht’ worden, maar wie te veel informatie koopt, kan natuurlijk niet winnen! Een dynamisch spel waarbij de leerlingen het hele museum zien en uitgedaagd worden om te laten zien hoeveel ze al van geschiedenis weten!

Status(updates) in de Gouden eeuw

Hoe zou de Gouden Eeuw eruit gezien hebben als social media toen ook bestonden? In dit programma kruipen de leerlingen in de rol van zeven belangrijke Groningers uit de Gouden eeuw. Het project is geschikt voor onderbouw HAVO en VWO en duurt 90 minuten.

Het project sluit aan bij de vensters ‘De grachtengordel’, ‘Hugo de groot’ en ‘Michiel de Ruyter’ in de Canon van Nederland, past bij het vijfde en zesde tijdvak: ‘Tijd van ontdekkers en hervormers’ en ‘Tijd van regenten en vorsten’ en het sluit aan bij ‘de reductie’ en ‘de academia Groningana’ in de regio canon van Groningen.

Inhoud:

Tijdens het lesprogramma ‘status(updates) in de gouden eeuw’ worden de leerlingen uitgedaagd om de kennis die zij op school over de gouden eeuw hebben opgedaan te verbinden met de regionale geschiedenis van hun eigen provincie. Ze maken kennis met zeven Groningers uit de zeventiende eeuw en leren aan de hand van hun verhalen hoe bijvoorbeeld het wetenschappelijke leven in de stad ontlook door de stichting van de universiteit, waarom de ontginning van het veen zo belangrijk was voor de economie van de provincie, hoe de Ommelanders en het stadbestuur voortdurend in de clinch lagen en welke Groningse zeeheld meevocht in de handelsoorlogen tegen Engeland. Het programma eindigt met een spannend spel. Lukt het hen Groningen te redden voordat Bommen Berend het met geweld heeft ingenomen?

Docentenhandleiding: Status(updates) in de Gouden Eeuw

Tijdvakkentour

De tijdvakkentour daagt leerlingen uit hun kennis van de tien tijdvakken te koppelen aan onze collectie. Door dit speciale programma ervaren de leerlingen dat geschiedenis niet alleen iets is van het tekstboek en verre plaatsen, maar dat geschiedenis zich in hun eigen nabije omgeving bevindt.

Inhoud:

De tijdvakkentour is voor de bovenbouw van HAVO en VWO en duurt 60 minuten. De leerlingen worden met deze tour uitgedaagd in groepjes hun kennis van de tijdvakken door middel van allerlei variërende opdrachten te koppelen met onze collectie. Zij gaan op onderzoek uit in welk tijdvak objecten uit ons depot thuishoren en maken verschillende opdrachten uit de tijd van de jagers en verzamelaars tot de tijd van de computer en televisie. De leerlingen zien het hele museum en merken door de opdrachten hoeveel kennis zij door de jaren heen vergaard hebben van geschiedenis. Een bijzonder leuke geschiedeniservaring en het groepje dat de meeste antwoorden goed heeft, wint natuurlijk een plekje in onze History Hall of Fame!

*bijzonderheden: Alleen op dinsdag, woensdag en donderdag te doen. De groep wordt in tweeën gesplitst. Iedere groep volgt een andere route.

Contact: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of tel. 050-3122202

Facebook Twitter

Adres
Brugstraat 24
9711 HZ Groningen

tel: + 31 (0)50 312 22 02
stuur ons een e-mail

Openingstijden

Ma. Gesloten
Di. - Za. 10.00-17.00 uur
Zo. 13.00-17.00 uur

certified_museum nietsbovengroningen

Nieuwsbrief

Uitgelicht

Museumschip Emma
Meer informatie »

IMG 5313

 

Evenementen

Copyright © 2010 Noordelijk Scheepvaartmuseum Groningen. Alle rechten voorbehouden