Brugstraat 24
9711 HZ Groningen
tel: + 31 (0)50 312 22 02
fax: + 31 (0)50 318 37 51
stuur ons een e-mail
Openingstijden
| Ma. | Gesloten |
| Di. - Za. | 10.00-17.00 uur |
| Zo. | 13.00-17.00 uur |
| Historie museum |
|
Op 10 januari 1930 wordt de vereniging Het Noordelijk Scheepvaartmuseum opgericht. Doel van de drie initiatiefnemers, de heren T.L. Mellema, inspecteur van de scheepvaartinspectie, H.L. Bartelings Jr., directeur van de zeevaartschool in Groningen en bankier Jonkheer Mr. J. Hora Feith, is het oprichten van een scheepvaartmuseum voor Noord-Nederland.
Op 14 en 15 april 1945 wordt een groot deel van de collectie, die tijdelijk is ondergebracht in café De Unie, vernietigd door een brand die vrijwel de hele noordwand van de Grote Markt in de as legt. Er gaan dan zestig scheepsmodellen verloren.
Na de oorlog, eerst nog in het Goudkantoor, later in een voormalig schoolgebouw aan de St. Walburgstraat, wordt de collectie weer opgebouwd. In de jaren '70 verhuist het museum naar twee middeleeuwse panden aan de Brugstraat: het Gotische huis en het Canterhuis. In 1969 koopt de firma Koninklijke Theodorus Niemeyer BV het Gotische Huis en schenkt het aan de gemeente, onder voorwaarde dat het een culturele bestemming zal krijgen. Het Canterhuis wordt in 1974 gekocht door de vereniging Het Noordelijk Scheepvaartmuseum die het laat restaureren, grotendeels gefinancierd uit het legaat van jhr. Rhijnvis Feith.
In 1981 wordt het derde pand aangekocht. Dit pand aan het Kleine der A wordt in eerste instantie in gebruik genomen als opslagplaats en in 1995, na een grondige opknapbeurt, ingericht als bibliotheek, archief en kantoorruimte. Het krijgt bij de opening de naam Jonkheer Rhijnvis Feithhuis. Het Noordelijk Scheepvaartmuseum stelt zich ten doel de bezoeker vertrouwd te maken met de geschiedenis van de Noord-Nederlandse scheepvaart en scheepsbouw.



Directeuren Noordelijk Scheepvaartmuseum
Tot 1981 bestaat de titel directeur niet. Tussen 1932 en 1939 vervult het bestuur de taak van directeur-conservator. Met name de heren J. Hora Feith, T.L. Mellema en H.A. Poelman (Rijksarchivaris Groningen) beijveren zich voor de uitbreiding van de collectie, veelal terzijde gestaan door de bestuurssecretaris en later tevens conciërge de heer J.G. Kramer. Van 1939 tot 1981 wordt de term secretaris-conservator gebruikt, na Jonkheer Rhijnvis Feith alleen de term conservator.
Secretarissen
| 10-01-1930 tot 03-04-1933 |
Dr. H.A. Poelman |
| 07-05-1933 tot 28-11-1935 | A.H. Kastelijn |
| 28-04-1936 tot 24-04-1939 | K.L. Gaaikema |
Conservatoren
| 00-00-1939 tot 24-09-1956 |
Jonkheer Rh. Feith |
| 24-09-1956 tot 03-01-1965 |
De heer P.C. Dijkema (oud gezagvoerder K.P.M.) |
| 01-10-1965 tot 12-04-1973 | De heer J. Teensma (havenmeester van Groningen) |
| 12-04-1973 tot 09-04-1981 | De heer J.J. Visser (oud-loods op Curaçao) |
Directeuren
| 09-04-1981 tot 01-08-1990 |
De heer T. Helperi Kimm (oud directiesecretaris tabaks-firma Theodorus Niemeyer B.V.) |
| 01-08-1990 tot 01-11-1995 |
De heer Dr. Ph. M. Bosscher (kapitein-luitenant ter zee s.d., b.d. en oud-directeur Marinemuseum Den Helder) |
| 01-11-1995 tot 01-04-2004 |
De heer Drs. G.M.W. Acda (commandeur b.d. en oud-Vlagofficier Koninklijk Instituut voor de marine) |
| 02-04-2004 tot heden | De heer Drs. J. W. van Veen |
Literatuur
Bootsma, P.J.E. Op de golven van het tij: 75 jaar Vereniging Noordelijk Scheepvaartmuseum, (Bedum, 2005)


















